Klooster
Alverna is het Moederhuis van de Nederlandse Provincie van de
Congregatie, dat wil zeggen dat Alverna het hoofdgebouw is van de
Congregatie Zusters Franciscanessen in Nederland. Alle zusters zijn hun
kloosterleven in Alverna begonnen. Zij zijn hier ontvangen (in de
ontvangkamer van het oude Moederhuis) en hebben hier hun beginjaren (de
postulant- en novicentijd) doorgebracht.
Toen de zusters intraden namen zij afscheid van hun familie en ouderlijk
huis. Klooster Alverna werd hun nieuwe thuis. Veel zusters hebben in het
land zelfstandig of in kleine leefgemeenschappen gewerkt en gewoond,
maar het is bijna vanzelfsprekend dat iedere zuster op een bepaald
moment weer naar klooster Alverna, hun Moederhuis, terugkeert.
Het bestuur van de congregatie in Nederland wordt gevormd door vier
zusters, die door de zusters zelf in een Kapittelvergadering worden
gekozen voor vier jaar. Elke vier jaar vindt er zo’n vergadering
plaats.
Vroeger deden de zusters in dit huis alles zelf: er was een
zusterkok, een zuster aan de receptie, zusters voor de tuin en de
wasserij, en zusters die hun medezusters verzorgden en verpleegden bij
ziekte en ouderdom. Toen zij wegens hoge leeftijd al deze taken niet
meer zelf konden uitvoeren hebben de zusters personeel in dienst genomen
en deze gevraagd de werkzaamheden voor hen uit te voeren.
Klooster Alverna bestaat uit twee conventen, St. Clara en St. Agnes.
Een convent is een leef- en woongemeenschap van een aantal zusters. Over
het algemeen wonen in St. Clara de meer zorgbehoevende zusters.
Een convent werd vroeger geleid door een Huisoverste, een medezuster
die aangesteld werd om de belangen van de zuster(s) te behartigen en het
convent te leiden. Door de steeds ouder wordende zusters en door de
verandering van taken is deze voor de zusters belangrijke functie
overgedragen aan leken, dat wil zeggen niet-religieuzen.
De vrouwen die hiervoor zijn aangesteld zijn geen huisoverste - zij
zijn immers geen zuster - maar zijn coördinatrices (het Huisteam) van
de beide conventen. In opdracht van het Bestuur leiden zij het convent
en behartigen zij de individuele en groepsbelangen van de zusters. Zij
vertegenwoordigen de zusters in het contact met de werkorganisatie en
derden.
Religieuzen stellen zich ten doel hun leven, door arbeid en gebed, te
wijden aan God. Vroeger was er aan een klooster een priester verbonden
die voorging in de eucharistievieringen en de geestelijk raadsman was
van de zusters. Tegenwoordig is er een pastoraal werker, een leek met
een theologische achtergrond.
De dagorde in Klooster Alverna is er op gericht de zusters in staat
te stellen de gezamenlijke gebedsvieringen mee te maken. Daarnaast is
het persoonlijk gebed en de mogelijkheid voor bezinning en stilte een
voorwaarde voor de zusters om hun religieuze leven te kunnen leiden.